Sitemap

Fietsersbond Oosterhout
Drimmelen Fietsersbond
Uitgelicht
You Tube
De Tuub december 2017
De Tuub oktober 2017
De Tuub mei 2017
De Tuub mei 2016
De Tuub december 2016
De Tuub augustus 2016
De Tuub mei 2016
De Tuub december 2015
De Tuub oktober 2015
De Tuub mei 2015
De Tuub december 2014
De Tuub september 2014
De Tuub voorjaar 2014
Columns 2018
Columns 2017 (2)
Columns 2017 (1)
Columns 2017 (2)
Columns 2016
Columns 2015 (1)
Columns 2014
Fietsroutes 1
L
Inleiding beleidsplan
Home Pagina
Wie zijn wij?
Contact
Vacatures
Service

Links

Disclaimer
Sitemap


  

.

.

sitemap

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetuer

Sed diem nonummy nibh euismod tincidunt

Español

English

Français

Nederlands

Italiano

Deutsch

Lorem

Ipsum

Dolor

Sit

.

Uitgelicht

Interview Bart van der Veer....


Bart van der Veer is bestuurslid van de Fietsersbond afdeling Breda. Hij woonde jarenlang in Ede, maar kwam voor zijn studie verkeerskunde aan de NHTV naar Breda. Inmiddels is hij bijna afgestudeerd en sinds kort heeft hij een baan als verkeerskundige bij de gemeente Dongen.


Had je tijdens je studie speciale aandacht voor de fiets?

 “Niet zozeer voor de fiets op zichzelf, maar meer voor de fiets als onderdeel van een leefbare stad. In de stad moet je, zeker in Nederland, inzetten op de fiets voor de leefbaarheid, de bereikbaarheid en de gezondheid van mensen.”

Daar is Breda niet zo heel goed in, vindt Bart. Andere steden zijn veel verder. “De fietshoofdstad van Nederland is Groningen, Zwolle doet het heel goed. Breda wil wel, maar in de praktijk valt het tegen. Groningen en Zwolle voeren een langdurig en consequent beleid. Breda wil wel wat doen voor de fiets, maar de auto mag er niet onder lijden. Als je een fietsvriendelijke stad wil maken, moet je keuzes maken.” Maar dat gebeurt niet, aldus Bart. In Breda vindt men dat de binnenstad ook voor auto's toegankelijk moet blijven. Dan zal het niet lukken om ook de fiets daar een prominente plaats te geven. “Breda wedt op meerdere paarden tegelijk. Voor het fietsbeleid is dat destructief. Er worden wel keuzes gemaakt, maar niet fundamenteel. Het nieuwe station is een goed voorbeeld. Er wordt wel veel gedaan aan nieuwe fietspaden en er zijn mooie fietsenstallingen aan beide kanten van het station, maar het is toch te krap. Dat is Breda: ze proberen het wel, maar de uitwerking schiet tekort.”


Fietsstraten

Fietsstraten zijn zeldzaam in Breda. De Boschstraat was de eerste, maar eigenlijk was dat al een fietsstraat, vindt Bart. “De Heusdenhoutsestraat was wel een keuze voor de fiets. De straat is versmald, het asfalt is veranderd, het groen en de verlichting zijn aangepast. Dat was een hele bewuste keuze voor de fiets. Bijna on-Bredaas om dat zo te doen.”

Maar verder is hij matig positief over de Bredase fietspaden: vaak te smal en in slechte staat. Zo is de stad niet voorbereid op het toenemend aantal inwoners en fietsers.


E-bike

Bart liep stage in de gemeente Alphen-Chaam. “Het ging over verkeersveiligheid en omdat de gemeente sterk vergrijsd is hebben we gekozen voor senioren. Een belangrijke groep daarin zijn de fietsers. Ouderen met elektrische fietsen zijn kwetsbaar. Denk aan het opstappen: soms rijdt de fiets al weg voordat de fietser er goed op zit. Ongelukken leiden door de hogere snelheid tot meer letsel. Paaltjes die op het fietspad staan, een plantenbak die op de weg staat om het verkeer te remmen: kleine basale dingen.”

Is de E-bike eigenlijk niet te gevaarlijk? Bart vindt van niet, maar dan zou er wel enige vorm van educatie moeten zijn voor wie er voor de eerste keer op rijdt. Zeker als het om senioren gaat.'


Gedragsmaatregelen

Als verkeerskundige kun je veel doen door een goede inrichting van wegen, maar dat heeft zijn grenzen. In zijn nieuwe werkgemeente Dongen heeft Bart te maken met een grote middelbare school. “Scholieren houden zich niet altijd aan de regels. Ontwerp is niet altijd leidend daarin. Soms moet je toch ook denken aan gedragsmaatregelen: voorlichting op scholen en handhaving.” Verkeerskundige maatregelen zijn dus niet altijd de oplossing. “In Nederland zijn we wat de infrastructuur en educatie betreft heel ver. Als je het over fietsen hebt, moeten we naar een soort verkeerskunde 2.0. In China moeten er nog fietspaden worden aangelegd, hier hebben we ze al. Tot je 25ste heb je verkeersles nodig en na je 65ste ook weer omdat je je dan bewust moet zijn van eventuele beperkingen. Daartussenin moet je mensen up-to-date houden en vooral handhaven.”

Onlangs poneerde een verkeerskundige de stelling dat er in de stad eigenlijk te veel fietsen zijn. Bart is het daar niet mee eens. “In de stad zijn er nu eenmaal veel mensen. Lopen kost de minste ruimte, de fiets meer en het openbaar vervoer en tenslotte de auto nog meer. Breda is ongeveer tien bij tien kilometer. Je kunt niet verwachten dat mensen die afstanden gaan lopen. Dan kom je bij de tweede meest efficiënte vorm van vervoer en dat is fietsen. De auto is verschrikkelijk voor een stad qua ruimtegebruik. Een stad moet ingericht zijn voor voetgangers, fietsers en openbaar vervoer.” De auto kun je niet afschaffen, maar je moet wel proberen het beslag dat de auto legt op de beschikbare ruimte zo veel mogelijk beperken, vindt hij. “In Breda is dat juist andersom.”


Wethouder

Wat zou hij doen als hij wethouder werd in Breda met vervoer in zijn portefeuille? Opvallend genoeg zou hij zich eerst met de auto gaan bezighouden. Dat klinkt tegenstrijdig, maar uiteindelijk gaat het om de fiets, zo blijkt. “Ik zou eerst proberen het autoverkeer te concentreren op hoofdwegen. De noordelijke en zuidelijke rondweg helemaal ongelijkvloers maken. Vervolgens kun je gaan zorgen voor autoluwe wijken: je kunt overal komen met de auto, maar het kost meer tijd dan met de fiets of lopend omdat je moet omrijden. Het openbaar vervoer moet prioriteit krijgen boven de auto.”

En dan krijgt de fiets de ruimte. Niet met een hoofdnetwerk, maar juist doordat elke straat toegankelijk is voor de fiets. Daarnaast kunnen er natuurlijk snelle fietsverbindingen komen, maar die moeten dan wel aan bepaalde eisen voldoen. “Als je hoofdverbindingen aanlegt voor langere afstanden dan moet je die zo veel mogelijk scheiden van autoverkeer, extra bruggen aanleggen over de singels. Je moet ervoor zorgen dat je comfortabel kunt fietsen, dat je uitzicht hebt. De Haagse Beemden is daar een goed voorbeeld van, alleen het vinden van je weg kan lastig zijn. In oudere wijken kun je het aantal toegangen voor auto's beperken, maar die voor fietsers open houden, zodat de auto altijd om moet rijden. Zo geef je fietsers en voetgangers een voordeel.”


De mens

Maar het belangrijkste is om te denken vanuit de mens, zegt Bart. “De mens gaat over straat, niet het voertuig.” Je constateert dat mensen naar het centrum willen. “Maar dan hou je alles nog open en dan pas ga je kijken wat het efficiëntste is. Als je het centrum gastvrij wil houden voor auto's, dan neem je voor lief dat bewoners en bezoekers daarvan overlast ondervinden. Dan maak je het middel, de auto, heilig terwijl het er eigenlijk om gaat dat je bezoekers in je binnenstad wil. Je moet nadenken over wat je echt wil.”

Hoe dan ook vindt Bart dat er in de stad geen beter vervoermiddel is dan de fiets. “Op de fiets hou je de interactie met je omgeving. Het is een ideaal vervoersmiddel voor een stad om afstanden te kunnen overbruggen, maar dat dan op een menselijke manier en vooral zonder uitstoot van schadelijke stoffen.”


De Fietsersbond

Bart stelt de fiets dus voorop, maar ziet de rol van de fiets als onderdeel van verkeersvraagstukken in het algemeen. Dat heeft volgens hem ook gevolgen voor de rol van de Fietsersbond. “De Fietsersbond is opgericht om de belangen van fietsers te verdedigen omdat daar niet aan gedacht werd – heel actiegericht. Ik denk dat de Fietsersbond nu vooral een taak heeft om mee te werken in dat integrale verhaal en samenwerking te zoeken rond milieu, duurzaamheid en economie. Fietsers brengen meer geld in het laatje dan de automobilist, bijvoorbeeld bij supermarkten. Dat is wetenschappelijk onderzocht. Fietsvriendelijkheid is goed voor de binnenstad. Ga dus verbindingen aan met partijen die hetzelfde willen, namelijk een leefbare stad. Laat zien dat een fiets meer is dan twee wielen met een fietser erop, maar dat de fiets een positieve invloed kan hebben op de stad en op de wereld.”


Jonge verkeerskundigen

“Ik snap wel dat het heel lastig is om dit in de praktijk te brengen: praten over mensen in plaats van over auto's. Je moet de goede mensen op de goede plek hebben. De jongere generatie verkeerskundigen is heel fietsvriendelijk. Er zal niemand meer zijn die nu nog een vierbaans weg dwars door de stad wil aanleggen. Maar het zit hem ook in de details. Als je zelf nooit fietst, kun je rare fouten maken in je wegontwerp. Een mooi voorbeeld: als je twee fietspaden hebt die elkaar kruisen, staan ze altijd in een hoek van negentig graden, nooit gaan ze vloeiend. Daar zou je beter over na moeten denken. Dat auto's zo'n hoek niet kunnen maken snappen we wel. Daar zijn ook richtlijnen voor. Maar bij fietsers denken we dat dat gewoon kan.” Dus snijden de fietsers de bocht af via het gras of zijn ze gedwongen om bijna tot stilstand te komen om de hoek om te kunnen. “Ik let daar heel scherp op. Het zijn hele kleine dingen, maar die kunnen wel het verschil maken.”


Jan Brouwers

  

< Vorige pagina